Layered Complexity doek 3

Twee lagen, 28 x 110 cm, 8/2 katoen, 16/2 katoen, tapijtgaren (wol), juni – juli.
English version here.

Het laatste doek was net als het eerste weefsel van dit onderzoek een dubbelweefsel, maar dan bestaande uit één laag van acht schachten en één laag van vier schachten. Dit  om mijn voorliefde voor het weven in complexe patronen zo slim mogelijk in te zetten. Ook hier gebruikte ik twee blokken, waardoor de volledige vierentwintig schachten in gebruik waren. 

Tevoren had ik bedacht de blokken zo in te richten dat ik vensters kon maken. Als was het het masker waar ik zoveel jaren mee door het leven ging. Een eenvoudig, vriendelijk en luchtig patroon waarachter veel spanning of andere gevoelens verscholen waren, nu ontmaskerd zodat de binnenste lagen naar voren komen. In de ochtend dat ik het eerste felroze venster weefde, had ik een gesprek met mijn psychiater die mij de diagnose ADHD gaf. Ik vond het passen. Mijn levendige uitbundige kant kreeg een duidelijker bestaansrecht.

Na dat deel begon ik te experimenteren met het gebruiken van de dikke Klippan tapijtgaren die ik pas ontdekt had. Ik vergeleek de dikte van het tapijtgaren dat ik gebruikte in de acht-schachts laag met het 8/2 katoen in de vier schachts laag, en besloot dat ik afgewisseld drie en twee inslagen moest doen met katoen na elke inslag met het tapijtgaren. 

Later voegde ik ook het dunnere 16/2 katoen toe aan de complexe laag. Ik besloot uiteindelijk met dit garen door alle lagen te gaan. Zoals het mixen van draden en lagen in het tweede doek, maar dan heel specifiek gericht op het krijgen van een soort doorkijk.In plaats van het naar voren halen van de complexe laag in het venster, bracht ik het naar de onderkant. hierdoor kwam de complexe laag aan de bovenkant van het weefsel juist aan de zijkanten te liggen en kon ik de dunne gele garen door laten lopen over het middendeel, wat nu juist het masker werd. Je zou het kunnen zien als het masker dat nu ingepakt wordt door de realiteit, de nieuw ontdekte of ware identiteit. Deze is niet meer enkelzijdig in het doek te vinden, maar rondom het doek verbonden. 

Het fijne aan dit onderzoek is dat elk doek een niveau hoger voelde. Ik ging steeds een stapje verder de uitdaging aan. In dit derde doek voelde ik de vrijheid met verschillende materialen te experimenteren en werkte ik een concept uit waar ik op door kon weven, in plaats van dwat ik op puur technische basis een doek uitwerkte. Door het gebruiken van verschillende schachtaantallen en uiteindelijk verschillende lagen heb ik flink mogen puzzelen, maar het programmeren van de dobby werd steeds makkelijker en intuïtiever. Het verbinden van de lagen met het dunne katoen lukte zelfs door live coding. Ik programmeerde het zonder de dobby-ketting van het getouw te halen. 

Onderwijl en na het weven van dit doek werd ik verrast door de verschillende patronen en het reliëf dat ontstond door het mixen van verschillende garendiktes. Net als het meerlaags weven ga ik dit meer gebruiken in mijn werk.

Het onderzoek Layered Complexities werd financieel gesteund door het CBK Rotterdam, vanuit de regeling Impuls en Verdieping.

Scroll naar boven